IPMS Nederland

ipms logo groot

google translate

De Nederlandse Antillen en Caribisch gebied tijdens WO.II

 De Nederlandse Antillen en Caribisch gebied in de Tweede Wereldoorlog

  door Meindert de Vreeze

 usa flag  english   English readers can read the translated article here....

caribbean map

De eilanden van de Antillen bestaan uit de benedenwindse eilanden Curaçao, Aruba en Bonaire (nabij Venezuela en het vaste land van Zuid-Amerika) en de bovenwindse eilanden St.Maarten, Saba en St.Eustatius zo'n 900 km ten Noorden hiervan bij het Amerikaanse Puerto Rico. In 1940 had Curaçao 67.000 inwoners, Aruba 31.000 en Bonaire 6.000, en de bovenwindse eilanden zo'n 4.000 inwoners. Het stond bekend als Kolonie Curaçao (in 1936 gebiedsdeel Curaçao) naar het grootste eiland met een door Nederland aangestelde Gouverneur.

antillen3

    ansichtkaart van de Anna baai op Curaçao met daarachter de olieraffinaderij met het Schottegat 

Ook Suriname, met 180.000 inwoners en vier keer zo groot als Nederland had zo'n Gouverneur. In de praktijk stonden deze gebiedsdelen ver van elkaar af met andere culturen. Suriname lag ook echt met de Britse en Franse Guyana's in Zuid-Amerika.

Nederland gaf voor het begin van de oorlog weinig aandacht aan deze gebiedsdelen maar was meer gericht op het veel grotere en rijkere Nederlands Indïe, de Oost met tientallen miljoenen inwoners, grondstoffen zoals olie en vele eilanden. Men dacht ook "neutraal te blijven" in de oorlog.

Er waren in de West maar een paar honderd Nederlandse militairen gelegerd, aangevuld met lokale vrijwilligerskorpsen en de lokale politie. Er werd een schutterij opgezet in 1939 en de dienstplicht ingevoerd al was het percentage mannen dat in dienst kwam laag. Zo'n 250 mariniers kwamen november 1939 uit Nederland met het marine artillerie- instructieschip Kinsbergen, twee duikboten O-15 en O-20. 
antillen4

Ook werd er een KLM toestel, de Fokker F.XVIII Oehoe (Oriol), omgebouwd tot bommenwerper. Toen in 1940 de oorlog uitbrak was het echter slecht gesteld met de verdediging van de West.


Nederland werd aangevallen op 10 mei 1940 door Duitsland en al snel bezet. In de West waren er de Nederlandse Antillen en Suriname die nog vrij waren. Zeven op de Antillen in de haven geankerde Duitse schepen werden in beslag genomen al poogden hun bemanningen veelal nog brand te stichten. Ook werden direct in Suriname en de Antillen de lokale Duitse inwoners als verdacht beschouwd en 10 mei 1940 gevangen gezet en geïnterneerd ongeacht hun sympathie. Dat gebeurde zelfs met gevluchtte Duitse Joden. Op de Antillen werden ze overgebracht naar het eiland Bonaire. Op Curaçao en Aruba was veel meer economische activiteit met een aantal grote olieraffinaderijen en men was bang voor sabotage vandaar dat voor Bonaire gekozen werd. In eerste instantie in scholen, later kwam er een gevangenenkamp aan de westkust. (Na de oorlog werd dit kamp omgebouwd tot het eerste Divi hotel van Bonaire).

Op 11 mei 1940 arriveerden 180 Franse militairen op Aruba en 13 mei 1940 zo'n 800 Britse militairen op Curaçao. Ze kwamen om de raffinaderijen met name te beschermen. Deze werden cruciaal geacht voor de verwerking van olie uit het nabije Venezuela tot benzine voor de Geallieerden.

Toen Nederland zich 14 mei 1940, na het bombardement op Rotterdam, zich overgaf waren de Antillen en Suriname net als Nederlands Indïe op zichzelf aangewezen. De Gouverneurs hadden grote macht want de Nederlandse Regering geevacueerd naar Londen ver weg.

Juli 1940 werden de Franse militairen op Aruba vervangen door Britten, Frankrijk had zich overgegeven. Langs de kust van Curaçao werden kanonnen geplaatst ter bescherming van de kust en vooral de haven en ook twee Nederlandse trawlers en drie Noorse walvisvaarders bewapend voor escorte van olietankers. Het bleef verder rustig want de Duitsers wilden de Antilliaanse eilanden met olieraffinaderijen niet aanvallen om de Amerikanen niet te provoceren (die pas december 1941 werden betrokken in de oorlog).

Ondertussen werd de olieraffinage capaciteit op de Antillen enorm uitgebreid. De zetel van de Shell werd gevestigd op Curaçao (de Lago en Eagle raffinaderijen op Aruba waren van Amerikaanse oliemaatschappijen). Op een gegeven moment was mid 1941 al 80 % van alle "geallieerde" benzine al afkomstig van de "de Antillen". Dus nog voordat de Amerikanen betrokken waren in de oorlog en voor de Japanse aanval in de Oost. De bauxietproduktie in Suriname werd ook enorm opgevoerd want deze grondstof voor vliegtuigconstructies was cruciaal. Tussen 1940 en 1943 leverde Suriname 65 procent van de Amerikaanse behoefte aan bauxiet.

Vanaf mid 1941 waren er al af en toe verkenningen door Amerikaanse vliegtuigen boven de eilanden, vaak zonder tevoren het Gouvernement te waarschuwen. Men diende dan protest in, vaak gevolgd door excuses van Amerikaanse kant.

Ondertussen waren de beide Gouverneurs in de West bang voor de zwakke defensie en met name de Surinaamse Gouverneur Kielstra kaartte dit aan bij Minister Welter van Kolonien van de uitgeweken Nederlande Regering in London. Deze bracht dit naar voren bij de Amerikanen, tot ontsteltenis van Kielstra die graag zelfstandig wilde blijven omdat hij alleen aan "de Koningin" verplichtingen had. In september 1941 deed Amerika het aanbod 3000 Amerikaanse militairen naar Suriname te sturen, tot schrik van de rest van de regering in London en Kielstra, maar ja het kon moeilijk worden geweigerd. Ook van de Prinses Irene brigade gingen zo'n 150 militairen naar Suriname en november 1941 arriveerden de eerste 1000 Amerikanen in Suriname, met name om de bauxiet belangen te verdedigen. De Amerikanen waren bang voor een inval vanuit het naburige Frans Guyana, dat de zijde van Vichy-Frankrijk had gekozen, of Brazilie, waar veel Duitsers woonden. Zelfs een Duitse aanval vanuit zee, met behulp van duikboten, werd niet uitgesloten.

In oktober 1941 worden de betrekkingen beter en landden er regelmatig Amerikaanse vliegtuigen o.a op Hato. Begin 1942 komen er zo'n 6 Amerikaanse toestellen die vanuit de Antillen gaan vliegen. Zo worden Amerikanen met vliegtuigen op Aruba gestationeerd en werd de baan van vliegveld Dakota verlengd en verder moest deze opnieuw worden verhard. Rond het vliegveld werden grote gecamoufleerde parkeerplaatsen voor de Amerikaanse vliegtuigen gebouwd. De omgeving werd met prikkeldraad afgezet en door Amerikaanse soldaten bewaakt. De hoofdweg van Oranjestad naar San Nicolas moest door de uitbreiding van het vliegveld ook worden verlegd.

Het vliegveld Hato op Curaçao werd ook flink gemoderniseerd. Zo werd Hato werd in de Tweede Wereldoorlog een van de belangrijkste en drukste vliegvelden van het Caribisch gebied. Het West Indisch bedrijf van de KLM onderhield in 1942 twee keer per week een verbinding naar Miami met Lockheed Lodestars en niet zozeer de DC-3.

lodestar pj akb mdv arc

     De Lodestar PJ-AKB van het KLM West-Indisch bedrijf.

De baan van het kleine vliegveld op Bonaire werd ook verlengd. In Suriname werd het vliegveld Zanderij flink uitgebreid en Pan American Airways begon daar een reguliere dienst.

Er ging meer dan een jaar voorbij. Maar na de Japanse aanval op Pearl Harbour op Hawaii in December 1941 veranderde alles. Het betekende dat ook de Amerikanen betrokken werden bij de oorlog en het werd een echte wereldoorlog. Al gauw begon de Japanse opmars in Azïe en de aanval op Nederlands Indïe. Begin februari 1942 vervingen Amerikanen de Britse militairen op de Antillen: 1.400 man op Curaçao en 1.100 man op Aruba.

De Duitsers waren als mogendheid van de "As" nu ook in oorlog met Amerika en slechts vier dagen na aankomst van de Amerikanen was het raak: de Duitsers startten "Operation Paukenschlag" met Duitse duikbootaanvallen. Deze aanvallen waren voor de Amerikanen aan hun Westkust een complete verrassing. Maar ook in het Caribisch gebied was een deel van de operatie. In de nacht van 15 op 16 februari 1942 werd de eerste Duitse torpedo afgevuurd in de oorlog op het Westelijk Halfrond. De tanker Pedernales werd getorpedeerd bij Aruba door de Duitse U-156 maar het zonk niet, wel vier andere tankers w.o de Oranjestad zonken die nacht. De 4 aanvallende U-boten waren van de "Neuland Gruppe".

antillen11   antillen14

Bij Curaçao ten zuiden van de Anna Baai van Willemstad werd de CSM tanker "Rafaela" getorpedeerd om 04.00 uur op diezelfde 16 februari 1942. De Anna baai werd nog bereikt maar het schip brak doormidden. Het vliegtuig de "Snip" gaat direct een vlucht uitvoeren en deze valt een Duitse onderzeeboot aan met 2 bommen. Die dag volgen nog veel vluchten van ook de "Oriol" en enige Amerikaanse vliegtuigen met waarnemingen van tankers en de achtervolgende U-boten en dat gaat nog wat dagen door.

fokker f18 snip mdvarc

    Het KLM vliegtuig Type Fokker F.XVIII "Snip" in civiele schema die kort ook militair werd ingezet

Een belangrijk doel van de Duitsers was vooral ook de Lago raffinaderij. In die dagen was er van verduistering geen sprake, de Lago lag er in volle belichting bij. Na het afvuren van de torpedo's kwam de U-156 aan de oppervlakte en haastte men zich om het zwaar geschut aan dek van de onderzeeer klaar te maken voor de beschieting van de raffinaderij. In de opwinding van het moment vergat de schutter van dienst echter om de afsluitklep aan de onderkant van het kanon los te maken: bij het afschieten van het eerste projectiel ontplofte het zware kanon waarbij de schutter om het leven kwam.

antillen5    antillen-arend

Wel was er schade aan een school van een kleiner luchtafweerkanon van de duikboot. Uiteraard ontstond er grote paniek onder de bevolking. Een geluk was dat er een schip, geladen met 3000 ton TNT (dynamiet), in de haven lag, de Henry Gibbons was nog net niet uitgevaren toen de torpedoaanval begon. Een dag later op 17 februari werd op het strand ter hoogte van de Arend-raffinaderij een torpedo aangetroffen. Bij een mislukte poging deze te demonteren kwamen enkele militairen om het leven. (Deze tweede olieraffinaderij kwam in de Tweede Wereldoorlog stil te liggen omdat daar geen vliegtuigbenzine werd vervaardigd. Het personeel ging bij de raffinaderij op Curaçao werken).

De eerste weken van de Duitse operatie met duikboten werden in totaal niet minder dan 21 geallieerde schepen tot zinken gebracht. De Antilliaanse raffinaderijen bleven buiten schot, een grote taktische fout want deze waren onvervangbaar.

Er werden de komende perioden snel beschermende maatregelen genomen zoals het spannen van anti-torpedo netten voor de haven en het uitvoeren van patrouilles met vliegtuigen. Op het Curaçaose Fort Nassau werd een Amerikaans detachement ondergebracht en er werden moderne wapens op de oostelijke muur geplaatst. Op het Riffort bij de Annabaai werd onderdak aan onderofficieren verschaft en werd luchtafweergeschut op de muren geplaatst. Bij Caracasbaai op Fort Beekenburg werd een loodsboot geankerd. Deze had dieptebommen aan boord ter bescherming van de olie-installaties. Later werden kanonniers geplaatst en er kwam een net tegen torpedo's. Zo ook op Aruba waren kanonnen geplaatst bij de kustbatterij Juana Morto.

Op de Antillen werd in 1942 het CAFAC opgericht: het Amerikaanse commando "Commander All Forces Aruba Curaçao". Dit werkte samen met de lokale troepen en schutterij. De Nederlandse Algemeen Militair Commandant was "chef-staf" CAFAC. Het Suffisant kamp op Curaçao lag naast het "Amerikanen Kamp". Op Aruba werden de schutters gelegerd op Savaneta bij het lokale Amerikaanse kamp. De schutterij was vooral betrokken bij de artillerie/ kust verdediging, bijvoorbeeld op Bullenbaai op Curaçao en Juwanorto op Aruba. Apart waren de lucht "blimps" ingezet voor luchtverkenning door de Amerikanen. Verder werd verduistering ingevoerd en schepen gingen in konvooi varen met wat geplaatste afweergeschut op de schepen. Er werden ook Amerikaanse vliegtuigen gestationeerd voor verkenningen en duikboot-aanvallen.

Over het algemeen hadden de Amerikanen geen hoge dunk van de lokale troepen, ook verwonderden zij zich over de diverse "rassen" in de schutterij. Het Amerikaanse leger had nog strikt gescheiden rassen en rangen. Door de Amerikaanse aanwezigheid werden wel de lokale economie enorm gestimuleerd al gaf dat natuurlijk nog wel eens de nodige scheve ogen met de eigen inwoners en problemen.
cur2-mdv-arccur6-mdv-arc

  ( B-25 Mitchell )
Uiteraard hadden de Duitsers geen vliegtuigen tot hun beschikking in de Caribische regio dus een pure luchtverdediging was niet nodig. Ook in Suriname vlogen de Amerikanen met blimps (ballonnen) voor verkenning.
antillen12  antillen7  antillen10
In september 1942 komt een vliegtuigdetachement van het Amerikaanse 32 pursuit squadron, in eerste instantie op vliegveld Dakota op Aruba.

Dit werd later de reden voor de naamgeving van het Amerikaanse 512 Fighter Day Squadron op Soesterberg tot het Amerikaanse 32nd fighter squadron usa flag

Begin maart 1943 verhuisde het Amerikaanse detachement van Aruba naar Hato Curaçao.

In oktober 1942 vloog prins Bernhard naar Curaçao. Hij was te vroeg en maakte een rondje boven de olieraffinaderij. Tot schrik van de militairen, die het onbekende toestel beschoten. Daarop vloog de prins maar door naar vliegveld Hato, waar het welkomstcomite nog in geen velden of wegen te bekennen was. Doodgemoedereerd stapte de prins uit zijn vliegmachine en het duurde even voor men op Hato doorhad wie hij was. Daarop werd ijlings de gouverneur gewaarschuwd en terwijl de erewacht werd opgesteld kreeg de prins het vriendelijke verzoek terug te keren naar zijn toestel, zodat men hem tenminste fatsoenlijk kon ontvangen. De prins vloog later ook naar Suriname en bezocht er onder meer de bauxietmijnen.

Eind 1942 volgden nog wat intensievere Duitse duikboot aanvallen, ook op met uit Suriname vertrokken schepen met bauxiet onderweg naar Amerika.

De kleinere bovenwindse eilanden Saba en Sint Eustatius merkten enerzijds weinig van de oorlog, maar kenden wel schaarste. Die was een gevolg van het stopzetten van de scheepsverbinding met Curaçao in 1942 vanwege mogelijke duikbootacties. De bouw van een vliegveld op Sint Maarten werd urgent en in 1943 voltooid. Vanaf 1943 ging er uit Suriname elke drie weken een convooi naar Engeland en de geallieerde strijd in Noord-Afrika was geheel afhankelijk van de Antilliaanse benzine.

Op de Antillen werden ook een aantal vliegtuigen van de plaatselijke vliegclubs gebruikt voor militaire taken. De Aeroclub Curaçao, opgericht in juli 1938, had een PiperCub had (PJ-AKA). In de oorlog vanaf midden 1943 gebruikte het een aantal vliegtuigen zoals PiperCubs en een Fairchild die werden gebruikt voor het uitvoeren van patrouille vluchten vanaf Hato.

De Aeroclub Aruba vliegclub werd opgericht in maart 1942 op Aruba, en de eerste kist was een Piper Cub (PJ-AFA) welke door de leden werd gefinancierd. Ook werd er wel gebruik gemaakt van andere kisten zoals een Porterfield. De club kreeg vervolgens in 1943 ook twee Aeronca vliegtuigjes die door het Nederlandse Gouvernement waren besteld. Deze kwamen in september 1943 pas beschikbaar. De leden, waaronder ook daar ter plaatse gestationeerde Amerikanen mochten ook voor sportdoeleinden deze toestellen gebruiken en deden dat vooral ook. In de praktijk werd slechts af en toe een militaire vlucht gemaakt. De Aeroclub Aruba kreeg ook toestemming om vlak bij de Lago raffinaderij een vliegstrip aan te leggen met een paar hangars en de club leden gingen aan het werk. Dit veldje was klaar mei 1944 en werd "De Vuijst" field genoemd naar een van de oprichters van de club.

Begin november 1943 kwam kroonprinses Juliana (die in Canada zat met haar gezin) vanuit Canada naar Suriname. Tevoren vloog haar toestel ook over Sint Eustatius en Saba, waar schoolkinderen in grote letters de O (Oranje) en de V (Victorie) vormden. Er werden strooibiljetten uitgeworpen met 'beste wenschen voor de gemeenschappelijken strijd'.

Gedurende 1943 werden de Duitsers meer in de verdediging gedwongen en speelde de duikboot oorlog zich vooral af in de Noordelijke Atlantische oceaan op de routes van Amerika naar Engeland. September 1943 waren de lokale duikboot aanvallen in de West vrijwel voorbij. In feite was de Duitse dreiging er zo'n anderhalf jaar. Dat betekende niet dat de Amerikaanse troepenmacht afnam en met name in Suriname dat veel groter was dan de Antillen waren nog altijd zo'n 2.000 militairen gelegerd.

In februari en maart 1944 bracht wederom de kroonprinses Juliana een bezoek aan Curaçao, Aruba, Bonaire en Sint Maarten. In 1944 werd het gebouwde vliegveld op St.Maarten ingewijd door prinses Juliana. Verder werd Sint Maarten bezocht regelmatig door oefenende Amerikaanse vliegtuigen.

antillen9

Begin 1944 toen de oorlog een heel andere wending al nam en "de As" aan de verliezende hand was, werd het aantal militairen beperkt tot zo'n 500 man in maart 1945. Maar de dreiging was niet weg, tot in 1944 werden nog enkele schepen voor de kust van o.a Aruba getorpedeerd. Duitsland capituleerde mei 1945 maar de oorlog was nog niet voorbij.

De inspanning waren niet alleen lokaal. Vele Antillianen en Surinamers meldden zich tijdens de oorlog voor dienst aan boord van schepen en koopvaardij als boordschutter. Velen honderden lieten het leven tijdens de konvooiaanvallen in de oorlog en er gingen zeker 49 schepen verloren. Sommigen gingen zelfs naar de Oost en Australïe en waren slachtoffer van Japanse oorlogshandelingen. Ze opereerden o.a. vanuit Brisbane Australie en naarmate de oorlog vorderde oorlogshandelingen rond de Indonesische eilanden. Ook doneerden Antilliaanse burgers aanzienlijke bedragen aan het zogeheten "Spitfire fonds" waarmee Spifires werden gefinancierd voor de Britse strijdkrachten.

Augustus 1945 was de Tweede Wereldoorlog afgelopen na de capitulatie van Japan.


Bronnen

Oorlog in de West, mevr. L. ter Horst, Verzetsmuseum Amsterdam, 2004 / uitgeverij Verloren.

Artikelen van dhr. G. Casius [B5] Luchtv.kennis 2000-2 en 2015-3; publicaties van de Afd.Luchtvaartkennis.

Alle foto's: via via en Collectie M. de Vreeze


Websites:

Filmpje: http://www.lago-colony.com/KEN_BROWN/MOVIES_IMPROVED/Sequence%2001USTROOPS.wmv

 

 

Deze pagina werd voor het eerst opgesteld maart 2013 door M. de Vreeze

 

ipms logo groot

google translate

ESM logo 2014