838

 

Fabriek
Grumman
Vliegtuig
Avenger
Type-aanduiding
TBM-3W
TBM-3E
TBM-3S
Cat 4  --  totaal 78 stuks
  

 grumman-avenger-profile

Informatie:

Avenger , USA, gemaakt door Grumman; prototype vloog in 1941;  

3E/S  = anti sub versie ; de 3E1 en 3E2 waren vrijwel identiek
3W = AEW "warner" versie met radar.  

Eerste versie Avenger gegevens TBF-1:
 Wright cyclone R2600 14 cylinder motor van 1700 pk
 Spanwijdte: 16,51 m
 Lengte: 12,19 m
 Maximum snelheid:  436 km/u op hoogte
 Kruissnelheid: 250 km/u
 Bereik: 1950 km
 Bewapening: 3 mitrailleurs en 725 kg bommen/torpedo's (niet de radarversie -3W)
 3 bemanningsleden

TBF-3 had 2000 pk motor.


Algemene info over de ontwikkeling van de Avenger (bijdrage van Wilko Jonker)

De Avenger werd ontworpen als opvolger bij de US Navy van de Douglas TBD1 Devastator. Dit toestel was in 1937 in dienst gekomen waarbij 130 kisten van dit type door de US Navy in gebruik werden genomen. Dit trage toestel was onder meer niet voorzien van bepantsering en zelfdichtende brandstoftanks en helaas bleek later tijdens de slag om Midway dat het zeer kwetsbaar was.

Al in 1939 werd door de US Navy een eisenpakket voor een opvolger opgesteld. Eén van de eisen van de US Navy was een intern ruim voor de bommen-/torpedolast. Op basis daarvan kwam het Amerikaanse Vought met de XTBU-1 SeaWolf en concurrent Grumman met de XTBF-1. Vooral omdat de TBF-1 sneller leverbaar was dan de SeaWolf, werd na evaluatie in december 1940 een contract afgesloten voor de levering van 286 TBF-1s. Het type werd de Avenger genoemd.

Het ontwerp van de TBF was voor een niet onbelangrijk deel gebaseerd op de F4F Wildcat van dezelfde fabrikant. Als motor werd aanvankelijk een Wright R-2600-8 van 1700 hp toegepast. Deze bleek in de praktijk een te laag vermogen te hebben. Wright slaagde er uiteindelijk in om het vermogen van deze motor op te krikken tot 1900 hp (R2600-20). Daarnaast werd geprobeerd om het gewicht van de Avenger te verlagen. Een probleem was de geschutskoepel. Een geschikte koepel bleek niet te vinden, zodat de ontwerpers van Grumman zelf een koepel met een enkel .50 machinegeweer ontwierpen. Verder was er nog een .30 mitrailleur in het radiocompartiment onderaan de romp en één enkel voorwaarts vurende .30 net op de motorkap, naast de koelinlaat. In de praktijk bleek dat ontoereikend, zodat vanaf de C-versie deze werd vervangen door twee .50 mitrailleurs, die in de vleugels waren ondergebracht.

In januari 1942 startte de aflevering van de eerste Avenger toestellen. De Tweede Wereldoorlog was in volle gang.

Eind 1942 waren al ruim 64 Avengers afgeleverd aan de US Navy. Vanwege de toenemende vraag naar meer toestellen en omdat Grumman dringend verzocht werd om zich op de productie van de Grumman F6F Wildcat te concentreren, werd de productie van de Avenger al eind 1942 overgeheveld naar General Motors, Eastern Aircraft Division. De US Navy had deze fabrikant de letter “M” als identificatieletter toegekend (‘F” was toegekend aan Grumman). GM leverde in november 1942 de eerste TBM-1 af. Aan de Engelse Fleet Air Arm werden ook een aantal toestellen geleverd, deze waren in Europa erg nodig vanwege de oorlog en de onderzeeboot oorlog. Deze typen werden aanvankelijk aangeduid als TBF-1B. De Engelsen gaven het toestel de naam Tarpon I. Deze verschilde onder meer de twee blisters net achter de vleugel, die het oorspronkelijke, ovale raam vervingen. Deze aanpassing was ook bij latere Tarpons toegepast.

DIVERSE VERSIES:

TBF-1C/TBM-1C
Dit type verscheen in de loop van 1943 en verschilde vooral in de vervanging van de enkele .30 mitrailleur in de neus door twee .50 mitrailleurs in de vleugel. Verdere wijzigingen waren onder meer de verplaatsing van de antennemast meer naar achteren; verder werd de tweede zitplaats verwijderd en vervangen door radioapparatuur en werd IFF apparatuur aangebracht. Door al deze aanpassingen nam het gewicht toe met ongeveer 225 kg, de motor was nog steeds de Wright Cyclone R-2600-8 van 1700 pk.  Ruim 300 toestellen werden aan de Engelsen geleverd als Tarpon II.

TBF-1D/TBM-1D
Dit type werd ontwikkeld als een nachtversie. Bestaande TBF/TBM-1C’s werden aangepast en voorzien van een pod, met daarin een ASD-1 radar, die onder de voorrand van de rechtervleugel was aangebracht. Om gewicht te besparen werd vaak ook nog de mitrailleurbewapening geheel of gedeeltelijk verwijderd.

TBM-3
De Avenger was eigenlijk te groot en te zwaar voor de Wright R-2600-8. Het toestel kon in beladen toestand vaak met moeite loskomen van de vliegkampschepen. Grumman onderzocht de mogelijkheid om de Wright Cyclone R-2800, die 300 pk meer vermogen leverde, toe te passen, maar de volledige productie van deze motor was bestemd voor onder andere de Hellcat, Corsair en Thunderbolt jagers. Wright slaagde erin om een sterkere uitvoering van de R-2600 te ontwikkelen. In mei 1942 vloog een prototype XTBF-2, een aangepaste TBF-1, met een Wright Cyclone R-2600-10 en twee andere aangepaste TBF-1’s werden als TBF-3 uitgerust met de Wright Cyclone R-2600-20. Beide motoren leverden 200 pk meer dan de R-2600-8. Uiteindelijk werd besloten om de TBF-3 in productie te nemen. Daar GM inmiddels de volledige Avenger-productie voor zijn rekening nam, werd het type voortaan aangeduid als TBM-3. Verschillen ten opzichte van de vorige versie waren extra koelflappen en een oliekoeler opening onderin de motorkap. Verder was er een aanpassing van het instrumentenpaneel, deze was groter en afgeplat aan de bovenzijde. Onder de vleugels was de toevoeging van vier sets ‘zero-length’ rakethouders. Dit type werd ook aan de Engelsen geleverd als Tarpon III. Subvarianten waren onder anderen de TBM-3P, een fotoverkenner; TBM-3J voor gebruik in het poolgebied; TBM-3L was uitgerust met een intrekbaar zoeklicht en de TBM-3H was een speciale radarversie.

TBM-3D.
Dit type was een aangepaste TBM3 met een ASD-1 radar. Deze was ook nu in een pod ondergebracht, die ook weer onder de vleugelvoorrand van de rechtervleugel was aangebracht. Ook nu werd, om gewicht te besparen, vaak de mitrailleurbewapening vaak geheel of gedeeltelijk verwijderd.

TBM-3E.
Dit toestel leek nog het meest op de bekende Avenger met rugkoepel met mitrailleurs. Dit sub-type werd voorzien van de Wright Cyclone R-2600-20 en er werd gekeken waar gewicht bespaard kon worden. Men slaagde er in om ruim 1150 kg te besparen onder meer door de mitrailleur van het radiocompartiment achterwege te laten. Tijdens de productie werd nog een aanpassing doorgevoerd, de interne vanghaak werd wegens aanhoudende corrosieproblemen, vervangen door een extern exemplaar. Deze stak circa 30 cm uit achter de romp. Verder werd het toestel uitgerust met een APS-4 radar, die in een pod onder de rechter vleugel was aangebracht. Het was wat sneller dan de andere Avengers maar had een kleiner vliegbereik.

TBM-3W.
Gedurende de Tweede Wereldoorlog bleek dat de scheepsradar niet eerder in staat was om vliegtuigen, die lager dan circa 150 meter vlogen, dan wanneer deze tot op een afstand van ongeveer 35 km waren genaderd. De enige manier was om de radar veel hoger te plaatsen dan nu het geval was. Een goede oplossing was om de radar in een vliegtuig te plaatsen.  Met de ontwikkeling van de APS-20 radar, die voldoende klein was om door een vliegtuig te worden meegenomen, kon dit probleem worden verholpen. Men rustte een TBM-3 uit met deze radar, de mitrailleurbewapening werd verwijderd en het bommenruim diende als radarruimte. De antenne werd in een radome onder de romp geplaatst. De geschutskoepel werd eveneens verwijderd en er werd plaats gemaakt voor de benodigde radio- en radarapparatuur. Verder werden stabilisatie-vinnen aangebracht op het stabilo. Het toestel, XTBM-3W, vloog voor het eerst in augustus 1944 en werd bekend als "Warner". Mede onder druk van de kamikaze-aanvallen, werden veertig TBM-3’s aangepast en begin 1945 kon met de operationele training worden begonnen. De oorlog was echter al afgelopen voordat de TBM-3W daadwerkelijk operationeel werd ingezet. De toestellen werden echter toch in dienst genomen omdat de US Navy er wat in zag en vanwege de gebleken kwaliteiten als AEW-toestellen. Na de ontwikkeling en het in gebruik nemen van de TBM-3S "Striker" werden beide typen als duo ingezet voor de onderzeebootbestrijding. In de loop van de jaren vijftig werden ze vervangen door de Grumman AF-2W en AF-2S Guardian.   [Deze werden eind jaren vijftig al weer opgevolgd door de Grumman Tracker]. 

TBM-3S
Dit type werd onder druk van de toenemende dreiging (na de oorlog) van de groeiende Sovjet-Russische onderzeebootvloot ontwikkeld. Een aantal TBM-3E’s  werd voorzien van nieuwe elektronica en bewapening. De geschutskoepel werd verwijderd en vervangen door een ruimte voor de radaroperator. Delen van de canopy werden afgedekt en de zuurstofvoorziening werd verwijderd, daar slechts op lagere hoogten zou worden gevlogen.  Voor contact met een datalink-systeem van bijvoorbeeld de TBM-3W werd een antenne op het roer geplaatst. In het bommenruim konden dieptebommen en akoestische torpedo’s worden meegenomen. Een speciale versie werd aan Groot-Brittannië geleverd als AS-4. Deze hadden een zoekradar in een kleine radome onder de romp. De TBM-3S werd onder MDAP geëxporteerd naar onder andere Canada, Frankrijk en Nederland (MLD). Uiterlijk verschilden de canopies van deze export-versies onderling nogal. 


 

Literatuur:
Luchtvaart Nr. 6
N. Geldhof
1989
Ten Brink Meppel
pag 181-186
Grumman Avenger in Action nr 1062
Charles l. Scrivner
1987
Squadron Signal
 
Detail and Scale: Grumman Avenger
Kinzey
1997
Detail and scale
 
60 jaar Marine luchtvaartdienst in Beeld
Hugo Hooftman
1977
Europese Bibliotheek , Zaltbommel
pag 118-123
MIP-2003 - 1: hunter Killers in 1/48
  
2003
IPMS Nederland
 
85 jaar Marine luchtvaartdienst in Beeld
Peter Korbee
2002
Korbee promotie MLD , Rijnsburg
pag 114-119
van Farman tot Neptune
Hugo Hooftman
1965
La Riviere en Voorhoeve, Zwolle
  
Grumman TBM Avenger
Nico Geldhof
2008 en 2018
Dutch Profile 7 (+ limited editie 2018)
in MLD dienst
Avenger
Mitsui et al.
1993-9, no.42
BUNRIN-DO
Japan

..

Websites:

 

FOTO GALERIJ:

Deze inhoud op deze pagina werd voor het eerst opgesteld zomer 2004 door M.de Vreeze en Wilko Jonker