1686

.

Fabriek North American (Noorduyn)
Vliegtuig Texan  / Harvard
Type-aanduiding AT-6 (N.A) / AT-16 (Noorduyn)
Cat 3, 4, 5, 7 --  totaal 232 + 24 stuks
 


 

texan-at6-profile

Informatie:

Amerikaanse trainer in vele varianten van North American USA. Werd ontworpen in 1939. Een voorloper was de NA-16.  Noorduyn in Canada deed ook licentie bouw "als AT-16" en daar kwamen ook de voor Nederland bestemde kisten vandaan. Type werd ook gebruikt als "verkenner , voor verbindingen en zelfs als strafer". Meer dan 10000 ! gebouwd.  

Gegevens Noorduyn AT-16 Harvard mk.IIb:
 Pratt and Whitney Wasp R-1340 motor , 550 pk
 Lengte:  8,84 m  
 Spanwijdte:  13,80 m  
 Hoogte:  3,20 m  
 Leeggewicht: 1865 kg
 Maximum gewicht:  2530 kg  
 Maximale snelheid:  340 km/u  
 Vliegbereik: circa  1300 km
 2 bemanningsleden ( instructeur en leerling) 

Type informatie (door Wilko Jonker)

Ontwikkeling.
In 1935 bracht de General Aviation-fabriek, de voorloper van North American, een tweetal ontwerpen uit van "Dutch" Kindelberger en "Lee" Atwood. Eén ervan was de GA-16, een tweezits laagdekker, met vast onderstel, een toen nog gebruikelijke romp van linnen en een Wright Whirlwind R-975 stermotor van 400 Dit toestel, later NA-16 was de oervader van de bekende AT-6 Harvard/Texan. (Zie verder ook het verhaal over de North American NA-16). In juni 1937 werd opdracht gegeven voor de productie van 58 BC-1’s (NA-36), een wapentrainer. Deze had vele aanpassingen ondergaan ten opzichte van de NA-16, wel bleef de rompconstructie vrijwel ongewijzigd. Zo was een intrekbaar landingsgestel aanwezig, waardoor een ‘leading edge fairing” nodig was en de center-sectie van de vleugel met 30 cm toenam. De romp bleef ongewijzigd en de uiteindelijke motor was een Pratt & Whitney R-1340-47 Wasp van 550 pk.  Na het invliegen van het eerste toestel, volgde een aanpassing van het verticale staartgedeelte om de richtingstabiliteit te verbeteren. Het ronde roer werd vervangen door een meer rechte uitvoering.  

Harvard I  
De RAF bestelde in 1938 200 toestellen BC-1’s onder de aanduiding NA-49 (NA-16-1E).  Dit toestel werd door de RAF aangeduid als Harvard I, de eerste werd in oktober 1939 overgedragen.  

In 1938 gaf de U.S Navy opdracht voor een ST (“scout trainer”).  Men had de BC-1 hiervoor al getest en geëvalueerd.  In het najaar van 1938 werd een initiële opdracht gegeven voor 16 toestellen onder de aanduiding SNJ-1. Dit toestel was net als de BT-14 voorzien van een geheel metalen romp. Verder waren allerlei aanpassingen aan de vleugels en her roer doorgevoerd. De motor was een Pratt & Whitney R-1340-6 Wasp van 550 pk, die, in plaats van een tweebladige houten propeller, een tweebladige verstelbare metalen propeller aandreef.  

De USAAC zag nu de voordelen van dit toestel ten opzichte van de eigen trainers en bestelde drie toestellen  onder de aanduiding BC-2 (NA-54), volgens een nieuwe specificatie. Dit type had de geheel metalen romp, intrekbaar landingsgestel en een recht richtingsroer. De krachtbron was nu een Pratt & Whitney R12340-45 van 600 pk, die voorzien was van een driebladige, verstelbare propeller. De nieuwe motor vereiste aanpassing van de koeling en luchtinlaten. Uit de evaluatie bleek dat de driebladige propeller geen voordelen bood ten opzichte van de tweebladige propeller, zodat de toestellen alsnog met de tweebladige prop werden uitgerust. Uiteindelijk werd een vervolgopdracht gegeven voor 83 toestellen als BC-1A (NA-55-1).  

Frankrijk bestelde 230 toestellen onder de aanduiding NA-57. Deze waren voorzien van specifieke (metrische) instrumenten, en een Wright R-975-E3 van 420 pk. [ in feite waren ze gelijk aan de NA-23 ]. Alle toestellen werden afgeleverd, waarvan een vijftigtal in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers werden buitgemaakt en een aantal gebruikt!  

In 1939 werden door de USAAC 94 BC-1A (NA-59) besteld. Door een wijziging in de aanduidingen door de USAAC, werden deze als AT-6 aangeduid. Ze hadden meer rechte vleugeltips, de vleugel-luchtinlaat zat op een iets andere positie en ook de achterste rompschaal was nu van lichtmetaal. Verder werd het richtingsroer meer driehoekig. De toestellen hadden ook een grote DF-antenne onder de romp, de mogelijkheid voor het voeren van een vast .30 mitrailleur in de neus en een beweegbare mitrailleur in de achterste cockpit. De toestellen werden vooral gebruikt voor de training van luchtschutters.  

De RAF bestelde in voorjaar 1939 nog eens 30 stuks NA-16-1E (NA-61); deze waren vrijwel identiek aan de eerder bestelde toestellen.  

Harvard II.  
De Harvard Mk II was in principe gelijk aan de BC-1A. Deze was voorzien van Britse uitrusting, onder andere radio en instrumenten. Een ander opvallend kenmerk was het ontbreken van de vrij grote antenne die op de romp voor de canopy zat en ten behoeve van cockpitverwarming een verlengde uitlaatpijp met daarin een voorziening voor de verwarming. De motor was een Pratt & Whitney R-1340-53H1. De RAF bestelde er eind 1939 600 stuks van, die door North American als NA-66 werden aangeduid. Ten behoeve van de Canadese luchtmacht volgde kort daarna nog een opdracht voor nog eens 10 toestellen, terwijl de Fransen 450 toestellen bestelden, die aangeduid werden als NA-76. Deze waren uitgerust met Franse instrumenten en weer wel voorzienv an de antenne. In juli 1940 volgde nog een RAF-opdracht voor 125 stuks.  

Harvard IIA.  
De Harvard IIA was in feite identiek aan de AT-6C, maar dan uitgerust met Britse uitrusting. Meer dan 700 van deze toestellen gingen naar de RAF, aanduiding NA-88, onder Lend-Lease-voorwaarden. Deze toestellen hadden weer geen verlengde uitlaatpijp.  

Harvard IIB  
De Harvard IIB was gelijk aan de BC-1A/AT-6A en werd onder licentie en volgens RAF-specificaties gebouwd door Noorduijn te Canada. De AT-16 twas voorzien van een Pratt & Whitney R-1340-AN-1 Wasp. Het typische ketterned propeller geluid wordt verzoorzaakt door de schokgolven aan de proptips. In de cockpit zaten verschillen: zo was ook hier de bekende Amerikaanse “pistoolgreep” van de stuurkolom vervangen door de cirkelvormige greep van de RAF. De bedienings-handles in de cockpit waren ook aangepast. De achterste stoel zat vast (bij de AT-6 draaibaar vanwege een mogelijk mitrailleur bediening). Omdat bij de AT-16 de achterste cockpit geen mitrailleur had, was dit deel van de canopy aangepast (deze was van dezelfde vorm als op de BT-14 Yale was gemonteerd en dus dat de bekende canopy met acht spanten zoals op KLu Harvards aanwezig was). De AT-16 had aan stuurboordzijde ook ietwat andere motorbeplating want er zat geen mitrailleur voorziening. Verder was het mogelijk om een vaste mitrailleur in de stuurboord vleugel te monteren, tevens konden lichte bommen worden meegevoerd. De verwarmingsbuis naar de cockpit liep buiten-om. Het staartwiel van de AT-16 was diameter 26 cm en bij de Amerikaanse AT-6 groter namelijk 31 cm.

De eerste opdracht was voor 210 toestellen voor de Canadese Luchtmacht, gevolgd door een opdracht van regering van de VS voor 1500 toestellen voor de Canadese Luchtmacht onder Lend-Lease-voorwaarden. Deze toestellen werden om administratieve redenen aangeduid als AT-16.  Later volgde nog een soortgelijke opdracht voor 900 toestellen voor de RAF.  (Veel van deze kisten gingen na de Tweede Wereldoorlog dus bij Lend-Lease naar Europese landen o.a. Nederland; zie aparte artikelen).

 

Literatuur:
Modelbouw in Plastic . 1972-1 . IPMS Nederland
Modelbouw in Plastic Werkgroep 1975-3 jaargang 4, no 3 IPMS Nederland
Modelbouw in Plastic B. Wenstedt 1992-4 . IPMS Nederland, over de Harvard canopies
Modelbouw in Plastic M .de Vreeze 2007-4 . IPMS Nederland, over o.a. de Revell 1/72 kit
Modelbouw in Plastic R. van Oosterzee 2007-5 . IPMS Nederland, over de Occidental 1/48 kit met wat historie
Harvard trainers naoorlogse militaire luchtvaart Nico Geldhof 1997-4 Luchtvaartkennis Afd. Luchtvaartkennis
KLu vliegtuigen Wim Schoenmaker en Thijs Postma 1987 . De Alk
T-6 Texan Larry Davis no.94 . Squadron signal, 1989

 

Websites:
IPMS NL Harvard Walkaround
Harvard KLU demoteam

 

FOTO GALERIJ:

Deze inhoud werd voor het eerst opgesteld zomer 2004 door M.de Vreeze en W. Jonker