766


 
0 box 0F001
  

merk:      HK  Models
model:    B-17G Flying Fortress “Early Production”.     
schaal:   1/48
kit nr. :    01F001
aantal onderdelen: 254
prijs:       ca. Euro  98,53 <> 109,70
 
In de bijgaande foto galerij zijn de foto's genummerd en wordt er in de tekst vaak naar verwezen
 

Inleiding.

Dit model is in het najaar van 2019 uitgekomen en is het eerste 1/48 model van HK Models uit Hong Kong. Het is gebaseerd op hun eerder uitgebrachte 1/32 B-17G maar niet zomaar een verkleinde versie. Men heeft het model ook hier en daar wat versimpeld. Ik heb een hele scheepslading aan aftermarket erbij gekocht, daarom kan ik niet binnen afzienbare tijd een bouwverslag publiceren. Omdat er bovendien al een aantal recensies zijn gepubliceerd die zich richten op de gietramen en alle onderdelen heb ik besloten om ook dat pad niet te bewandelen. Ik wil jullie liever compartiment voor compartiment meenemen in het model om de goede punten en de verbeterpunten aan te wijzen.

En dan naar de B-17G… HK Models geeft aan dat het een vroege productieversie van het -G model is, maar wat houdt dat dan precies in? Een vraag die niet heel kort te beantwoorden is aangezien er 3 verschillende productielijnen voor de B-17 waren, van Boeing in Seattle, van Douglas in Long Beach, en van (Lockheed) Vega, in Burbank, beiden in Californië. Dat werd aangeduid door de letters BO, DL en VE. In de identificatie werd de productielijn voorafgegaan door het nummer van het productieblok. De uitvoeringen in de bouwdoos zijn “Queenie”, een B-17G-15-BO en “American Beauty”, een B-17G-40-VE. De bloknummers liepen niet gelijk en daarnaast werden modificaties niet meteen op de productielijn doorgevoerd. Dat zou de productie zou laten stagneren. Daarom werden wijzigingen uitgevoerd op speciale modificatiecentra waarvan de bekendste zich in Cheyenne bevond. Waar hier het predicaat “Early” en “Late” gebruikt wordt zijn de B-17G’s die uitgerust werden met de verbeterde “Cheyenne”-staartschutterpositie en de versprongen zijschutterposities en de B-17G’s die die modificaties nog niet hadden. Goed, op naar het model!

De neus.

Zoals je op foto 1 kan zien heeft HK de neushelften los van de romp geproduceerd om het mogelijk te maken om ook de B-17E en B-17F te produceren. Die laatste is net uitgekomen op het moment dat je dit leest.

1 1

In het hele model is de oppervlakte bewerkt met ingegraveerde paneellijnen en klinknagels. Historisch gezien is dat niet accuraat, de panelen waren voor een heel groot deel overlappend en de klinknagels waren opliggend. Het voordeel van deze aanpak is echter dat je niet snel oppervlaktedetail zal wegschuren. Als je daarnaast creatief omgaat met het wel of niet benadrukken van de oppervlaktedetails zal het er bijzonder goed uit kunnen zien! Maar waarom er in beide neushelften een HK Models logo zit op een zichtbare plaats?!… Een klacht over de 1/32 versie was dat de romp vlak voor de voorste cockpitruiten een cirkelvormige doorsnede had. Bij het origineel was de bovenzijde daar iets afgeplat. Gelukkig zijn de onderdelen in 1/48 correct gevormd zoals je op foto 3 kan zien. Nog even een tip: bij het prepareren van de neushelften moet je ook de bovenste lijmvlakken even goed vlak maken. Foto 4 laat de vloer van het neuscompartiment zien. Wat daar opvalt is dat het transparante vlak rond de motor van de kinkoepel en onder de stoel van de bommenrichter mist. Dat zal je dus zelf moeten fabriceren, net zoals het binnenwerk van de kinkoepel…

8 8

Waar ik echt de kriebels van kreeg waren de stoelen voor de bommenrichter en navigator! Kijk maar eens naar foto 8… Op zich niet moeilijk om de rugsteunen weg te snijden en zelf een goed ruggensteuntje te fabriceren, maar ècht… De Monogram B-17G uit 1975 had dit detail wèl correct! Nu ik toch bezig ben, kijk eens naar het richtmiddel van de kinkoepel op foto 9… Gek genoeg zie je aan de “yoke” op foto 11 dat ze details best wel fijntjes kunnen weergeven… Overigens kwam de bedrading van de “game controller” door het buisje aan de linkerkant naar buiten. De voet van de controller was echt alleen een scharnierend deel met een slotje. Zoals bekend hadden de Amerikanen de Norden-bommenrichter die ernstig geheim was. Op foto 13 en 14 zie je de boven- en onderzijde van het apparaat, nou ja, de bouwdoosversie… Waar de bovenzijde er best goed uitziet, doet de onderzijde dat eh… niet! Zeker niet voor een staartzitter-model met een gigantische glazen neus! Volgens mij heb je eigenlijk 3 mogelijkheden: Bestel het giethars Norden-apparaatje van Vector, fabriceer er een “canvas” hoes voor of laat hem totaal weg. Dat gebeurde in werkelijkheid ook regelmatig aangezien er meestal gebombardeerd werd op het Bombs Away van de “lead bombardier” van de formatie. Wel even nakijken of de B-17 die jíj bouwt nou niet toevallig een van die kisten was!… Links van het Norden bomvizier bevindt zich het paneel voor de bommenrichter wat erg mooi door HK is vormgegeven. Foto 16 en 17 laten respectievelijk de achterzijde van de kinkoepel zien en de onderdelen die HK levert om de ritsafdichtingen voor de mitrailleuropeningen voor te stellen. De achterzijde van de koepel is gewoonweg incorrect. De openingen voor de achterkanten van de mitrailleurs bevinden zich onderin de koepel met slechts een kleine ronding omhoog. In de achterzijde van de koepel zaten twee vensters. Als je de koepel rechtuit zet zal het niet zo opvallen. Het meeleveren van de ritsafdichtingen vind ik een leuk extra van HK. Maar zoals je zelf wel meegemaakt zal hebben met ritsen van jassen en rugzakken: ze gaan makkelijk kapot. De ritsen die met geweld heen en weer werden geritst door sterke elektromotoren in temperaturen van -50º C hadden daar ook last van. Op foto 4 zie je rechts de achterwand van de neuscabine waarvan de bovenkant ook meteen de achterkant van het instrumentenpaneel van de cockpit is. Héél mooi vormgegeven maar in werkelijkheid werd dat bedekt door wat men “flak curtain” noemde. De doorgang naar de kruipruimte achter het neuscompartiment / onder de cockpit werd daar ook door afgedekt. Dan komen we nu bij het deel waarvan ik het schuim op de mondhoeken krijg: de machinegeweren van de navigator ofwel de “cheek guns”. HK is een klein detail vergeten: namelijk de draaiaffuiten voor de .50’s! De bouwinstructies geven ook aan om de mitrailleurlopen gewoonweg ergens in de gapende opening te lijmen! Sorry hoor, dit kan ècht niet! Wederom, met een op maat gemaakt stukje ronde plastic staaf is snel iets te fabriceren dat zal volstaan maar dit hoef je niet van een model uit deze prijsklasse te verwachten! Omdat ik ook de lengte van de lopen en de afwerking van de wapenkast niet geweldig vind adviseer ik om de Brassin set van Eduard voor de mitrailleurs te gebruiken. Wat ook mist zijn de munitie geleidingsbandtussen de munitiekisten en de mitrailleurs. Ook daar kan Eduard je aan helpen, ik weet alleen niet of de gevouwen foto-ets onderdelen voldoende flexibel zullen blijken. Aan de andere kant, ze konden worden losgekoppeld. Tot slot maakt foto 26 duidelijk dat HK het model heeft voorzien van een mooi heldere neuskoepel die ondanks alle krommingen maar minimaal vervormt!

De cockpit.

Hier wordt vooral mooi duidelijk waar deze bouwdoos versimpeld is ten opzichte van zijn grote broer. Daar kom ik zo op. Wat interessant is, is het isolatiemateriaal aan de zijwanden. Bij B-17G’s kan je er van uitgaan dat alleen de cockpit nog had, het neuscompartiment en de radioruimte werden inmiddels kaal opgeleverd, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de B-17E. Het paneel helemaal aan de rechterzijde van het instrumentenpaneel is verder naar achteren is geplaatst dan de rest van het paneel. Het onderdeel van de bouwdoos geeft dat correct weer met één uitzondering: het zijpaneeltje aan de linkerkant is in de bouwdoos volledig glad terwijl zich daar een aantal schakelaars en controlelampjes bevonden, foto 29. Foto’s 30, 31 en 32 geven de cockpitvloer met middenconsole en het cockpitdak weer. HK voorziet niet in de gas-, supercharger- en brandstofmengsel hendels.

33 33

Foto 33 laat de cockpitzijwanden zien. De details aan de pilotenkant kloppen. Verder naar achteren zie je de versimpelingen: de 8 zuurstoftanks zijn als halve vormen meegegoten met de zijwanden. Verder is aan de rechterzijde een “walk-around oxygen bottle” meegevormd evenals enige hydraulische details. Die hydraulische details sluiten dan weer aan op de cockpit achterwand op foto 34. Ook hier weer voor de helft gegoten: links de hydraulische accumulator en rechts het hydraulisch reservoir. Je mag op dit onderdeel wat uitdrukcirkels wegschuren. Hoewel ik het jammer vind dat de zuurstoftanks geen losse onderdelen zijn heb ik het donkerbruine vermoeden dat je ze toch niet al te best zal zien in het gebouwde model. Ze zitten redelijk ver achter de pilotenstoelen en die ruimte wordt ook nog ingenomen door de rugkoepel. Grote kans dat de versimpelde weergave van deze onderdelen voldoende zal blijken te zijn. Foto 35 laat de onderdelen voor de rugkoepel zien. Alle basisonderdelen (op de munitietoevoer na) zijn ook hier meegeleverd. Wat mij betreft kan je de richtmiddelen zelf nog wel wat verfijnen, al is het maar met een doorzichtig reflectieviziertje! Het glaswerk zie je op foto 36. In werkelijkheid zijn er 3 koepels meegeleverd. In het midden de vroege variant zoals op de B-17E en vroege B-17F werd gebruikt, links (niet op de foto) de verbeterde koepel die beter zicht bood door minder spijlen en rechts de hogere verbeterde koepel. HK geeft aan dat die laatste voor deze bouwdoos gebruikt moet worden. Wat ook leuk is; HK heeft het voorste toegangsluik als los onderdeel meegeleverd, zelfs samen met los (en klein!) deurkrukje! Foto 38 geeft je een impressie van de oppervlaktedetaillering op het model rond dit luik. Het model met open luik bouwen kán een beetje een tweesnijdend zwaard zijn: je zal wellicht wat extra details onder de cockpitvloer aan moeten brengen. Zo waren daar nog enkele zuurstoftanks gehuisvest die niet in de bouwdoos zitten. Als je heel sluw de ruimte achter de opening heel donker spuit, valt het gebrek aan details helemaal niet op…

Het bommenruim.

Anders dan Monogram, heeft HK hun model zo ontworpen dat je het model met de bomdeuren open kunt bouwen. En ook hier vind ik dat ze een heel mooie basis leveren om mee verder te detailleren. Foto 40 laat links de achterwand van het bommenruim zien en rechts dan dus.. eh… juist, de voorzijde..!

40 40

Foto 41 laat het linker buiten bommenrek zien met in het midden de “bomb releases” en aan de randen de haken voor de “bomb shackles”. Foto 42 laat de binnenste bommenrekken zien waarbij te zien is waar de meegeleverde bommetjes bevestigd moeten worden. Dat is wel héél erg versimpeld ten opzichte van de werkelijkheid! Het lijkt mij mooier om het model te bouwen zonder bommen. Door middel van een spiegeltje of iets dergelijks wordt het door de zichtbare details van het vliegtuig zelf allemaal interessanter om te zien. Ik kan me nog herinneren hoe ik als jonge jongen in het Militaire Luchtvaart Museum in het bommenruim van de B-25J Mitchell rondkeek en me afvroeg hoe ze die bommen nou eigenlijk vastbinden in het vliegtuig…! Die Mitchell had wel de “releases” maar niet de “shackles”. Maar heel vaak werden de bommen geladen met de “shackles” aan de bom in plaats van aan het vliegtuig. Op zich niet zo gek aangezien verschillende soorten bommen ook verschillende typen “shackles” benodigden. Tja en op foto 46 zie je hoe de bommen er uitzien. Ik ben er niet kapot van, maar dat komt vaker voor met meegeleverde bewapening. Wat misschien nog een uitdaging gaat vormen, zijn de uitdrukcirkels in de bomdeuren, zie foto 47. Dat wordt een rotklusje. Overigens, om nog even terug te grijpen op de cockpit; middenonder zie je de rugpantsering van de pilotenstoelen. In het kader van: hoeveel zuurstoftanks zie je tussen de pilotenstoelen en de rugkoepel door… Ga er maar van uit dat het bommenruim van een blank metalen B-17G ook onbeschilderd was. Waar ik HK ook nog mee wil complimenteren is onderdeel E1 op foto 49. Dat “valse plafond” laat juist een karakteristiek detail van de B-17 zien: de romp was in principe een lange ronde pijp waar men een opening in had gemaakt voor de piloten. Die kregen natuurlijk een windscherm voor hun snufferd waarna men door middel van aflopende aluminium beplating bovenop de buis het zaakje gestroomlijnd maakte. In de ruimte tussen de buis en de stroomlijning werd bijvoorbeeld het reddingsvlot ondergebracht. Maar als je dus in het bommenruim van een B-17 omhoog kijkt zie je dus een continu doorlopende ronding.

Het radiocompartiment.

Over het daadwerkelijke radiodeel hoef ik niet zoveel te zeggen, dat zit wel goed. De onderdelen van de bouwdoos komen overeen met wat ik in mijn foto’s en boeken kan vinden. Dan komen we bij de bewapening van het radiocompartiment. Dat is het een van de weinige details van deze bouwdoos die niet in overeenstemming lijken te zijn met de uitvoeringen in de bouwdoos. Afgaande op de “production blocks” van de uitvoeringsopties en een foto van “American Beauty” in de lucht is mijn conclusie dat het model eenzelfde uitvoering van bewapening van het radiocompartiment had als de B-17F, namelijk een .50 mitrailleur die middels geleiderails naar achteren geschoven kon worden en naar buiten gericht nadat het dakraam verwijderd was. De bouwdoos voorziet daar helaas niet in, op foto 59 zie je dat er een dakluik met gat meegeleverd wordt waar een vaste .50 in gemonteerd dient te worden. De houder van het wapen zat bevestigd aan een soort T-stuk met 3 rollers, 2 aan weerskanten en 1 onder de loop. Ik ben van plan om de .50 in transportstand te monteren, het dakluik los te laten en tegen de rechterwand aan te laten rusten. Dat gat dek ik dan wel af door een pilotenjack van green stuff of zo te modelleren en dat strategisch over het luik te draperen. Aan de andere kant; volgens mij heeft de nieuwe HK B-17F het juiste luik èn de juiste affuit, misschien heeft HK Models ook wel een Afdeling X, zoals Revell…

Het rompachterdeel.

Als we de deur van het radiocompartiment aan de achterzijde doorgaan komen we in het rompachterdeel, de habitat van de buikkoepelschutter en de zijschutters. Foto’s 63 en 64 laten de rompdelen zien. Wederom met de uitdrukknopjes die de onderdelen grotendeels omlijsten. Die dingen zijn irritant omdat je ze heel netjes moet weghalen aangezien ze op de lijmvlakken zitten. Het voordeel is dat het detail van de rompbinnenkant niet volledig ontsierd wordt door de bekende uitdrukcirkels en de aanhechtingen van de gietramen niet op de plek van details aan de buitenzijde zitten. Besteed bij deze onderdelen ook voldoende aandacht aan de lijmvlakken van de romponderzijde! Zoals je op foto 63 kan zien zitten daar behoorlijk grote oneffenheden!

63 63

Het richtingsroer zit vastgegoten aan het kielvlak. Hetzelfde geldt overigens voor de hoogteroeren. De hoofddelen van de buikkoepel zie je op foto’s 65 t/m 68. Wat het benoemen waard is zijn de onderdelen op foto 68; extra plexiglaspanelen om de koepel mooi rond te maken. Later in de productie werd de buikkoepel verder versimpeld met minder raampjes. HK levert ook een rudimentair interieur voor de buikkoepel, foto 73, dat het munitiemagazijn, de richtmiddelen en de bedieningsorganen moet voorstellen. Een doorzichtig reflexviziertje zal waarschijnlijk volstaan als je het toegangsluik van de buikkoepel niet los wil zagen. Aan de ophanging van de buikkoepel is te zien dat het om de Bendix A-2 gaat. Volgens mijn documentatie kán “Queenie” daar nog mee afgeleverd zijn, “American Beauty” zou afgeleverd moeten zijn met de A-2A. Foto’s 76 laat de A-2 ophanging zien; het draaipunt zat direct onder het bovenste ophangpunt aan de romp en de schutter had zijn eigen zuurstoffles die aan de triangel was bevestigd. De A-2A had zijn draaipunt aan de triangel en in plaats van een eigen zuurstofvoorraad maakte de schutter gebruik van de algemene zuurstofvoorraad, de tanks achter de vliegers en onder de cockpitvloer. Ik betwijfel of je het verschil op het gebouwde model goed kan zien. Zeker als je de zuurstoffles niet monteert. De B-17 had een soort loopplatformpje om de buikkoepel heen. Op foto 79 zie het onderdeel uit de bouwdoos, de rechterkant is richting de neus van het vliegtuig. Helaas zit het onderdeel in de bouwdoos precies verkeerdom. Oeps! De .50 mitrailleurs voor de zijposities zien er behoorlijk goed uit voor onderdelen die uit 1 stuk bestaan. Op foto 81 zie je naast die .50’s ook een aantal ingekorte versies. Die zijn voor de rugkoepel en de buikkoepel, naar ik aanneem omdat de wanddikte van die onderdelen te groot is om mitrailleurs van een correcte lengte te gebruiken… Ik heb het al gehad over de mitrailleurs die uit 1 stuk zijn gemaakt. Daardoor was het niet mogelijk om de handvatten van de E-8 houders correct te vormen. Let er ook op dat er een houten plank van voor naar achter loopt waar de schutters op staan en lopen. Die zit ook in de bouwdoos. Wat je zelf zal moeten maken zijn de kleine verhoogde plankjes die zich onder de mitrailleurposities bevinden. Het platform om de buikkoepel, het loopdek en de verhoogde zijplanken waren van hout maar afgewerkt met een anti-slipmat. De toegangsdeur voor de bemanning in de bouwdoos heeft niet de gaten die er in horen te zitten. Maar, recht tegenover de toegangsdeur bevond zich een hulpaggregaat dat ook meegeleverd wordt.

Staartschutterspositie.

Foto’s 91 t/m 93 laten de onderdelen hiervoor zien. Dat de positie los van de romp is, geeft een indicatie dat we een versie met de Cheyenne-positie kunnen verwachten. Ook hier kunnen we zeggen dat de basis goed is. Vizier -hier was een foto-ets onderdeeltje beter geweest-, pantserplaat, fietszadel en beenkussens. Aan de zijkanten van de houten bodemplaat moeten twee rechthoekjes de munitiekisten voorstellen. De munitiegeleiders missen ook hier. Je kan je natuurlijk afvragen wat er redelijkerwijs door de minieme ruitjes te zien zal zijn.

Vleugels, motoren, landingsgestel.

Foto’s 98 t/m 103 geven een inkijkje hoe de vleugeldelen van de bouwdoos er uitzien.

100 100

Ik vind de detaillering prachtig! Overigens; op zo’n beetje alle foto’s van de onderdelen van de bouwdoos heb ik het contrast opgeschroefd om de (soms) minieme detaillering zo goed mogelijk in beeld te krijgen. Ik adviseer je om de flaps in de gesloten stand te bouwen. Die dingen werden elektrisch met een wormschroef geopend en zakten niet na verloop van tijd naar beneden zoals bijvoorbeeld bij de P-51D Mustang. Bovendien bevatten de flaps aardig wat uitdrukcirkels en is het geheel wel erg vereenvoudigd ten opzichte van het origineel. Zoals je kan zien zijn de ontluchtingsgaten in de bovenzijde van de vleugel ook helemaal door-en-door, zoals het hoort. Toch kan je ze het beste inkasten want jammer genoeg heeft HK ervoor gekozen om de luchtinlaten voor de carburateurs en de intercoolers niet van een stukje interieur te voorzien. Die luchtinlaten bevinden zich aan de binnenkant van de binnenste motoren en aan de buitenzijde van de buitenste motoren. De twee inlaten tussen de motoren werden bewoond door de oliekoelers. Foto’s 104 t/m 106 laten het landingsgestel zien. HK heeft onderdelen meegeleverd voor de volledige binnenzijde van de wielkasten. De bovenzijde is op foto 104 te zien. De olietanks voor de binnenste motoren zijn ook niet vergeten, zie foto 106. Ik vind de wielen er goed uitzien, geloofwaardig profiel en de vlakke stukken niet te overdreven. Je kan kiezen uit simpele wielpoten om ze ingetrokken tentoon te stellen of het volledige landingsgestel met triangels enzovoorts voor het naar buiten gedraaide landingsgestel. Overigens heb je die keus ook voor het staartwiel. Wat me wel opviel was de mate waarin de binnenpoten van het uitgedraaide landingsgestel uitgeveerd zijn, namelijk in dezelfde mate als bij het ingetrokken (en dus onbelaste) landingsgestel. Nou ja, tijdens de bouw maar kijken hoe de stand van het model is. In eerste instantie was ik verontwaardigd over de Wright R-1820-97 motoren in de doos; ze hadden geen koelribben! Later bleek dat ik inderdaad 50+ ben: toen ik foto 109 door het fotobewerkingsprogramma Lightroom haalde om door middel van contrasten de details te laten “poppen” zag ik dat de onderdelen zowaar koelribben hebben, zij het héél fijntjes! Wil je ze op je gebouwde model naar voren halen zal je ze heel dun moeten spuiten en moeten werken met een fijne wash of lichtjes drybrushen. Je zal zelf nog de bedrading van de ontsteking aan moeten brengen maar dat is bij elk model het geval. De carters waren grijs. De onderdelen voor de turbo superchargers zijn ook mooi vormgegeven zoals je op foto 111 kan zien. Foto 112 laat de “waste-gate”-pijpjes zien die op de turbo’s gezet moeten worden. Je kan ze simpel een stuk mooier maken door ze uit te boren en met een “punch & die-set” plastic rondjes van de juiste diameter uit te drukken die je dan als vlinderklepjes in de open pijpjes lijmt. Foto’s 113 en 114 laten de koelflappen en de motorbeplating zien. Er moet echt iets aan de koelflappen gebeuren. Niet alleen zijn ze wat aan de dikke kant maar in wekelijkheid kan je niet tussen de koelflappen  door kijken! Elke koelflap heeft namelijk aan 1 zijde een extra dieper gelegen vlakje die tot onder het buurflapje reikt. Dit is behoorlijk zichtbaar dus je bent eigenlijk wel genoodzaakt om met stukjes dunne plastic plaat de spleten aan de achterzijde af te dichten.

Decaluitvoeringen.

118   118

De decals (afbeelding 118) zijn geproduceerd door Cartograf en erg mooi en scherp gedrukt. Er is voorzien in decals voor het instrumentenpaneel. In zo’n geval “punch” ik die zelf altijd uit om zeker te weten dat er geen “silvering” plaatsvindt of dat de decal na het drogen kreukels blijft vertonen over het reliëf van het paneel. Ook met decalverzachtende vloeistoffen kan dat voorkomen…Het blauw van de “Stars & Bars” ziet er overtuigend donkerblauw uit en het wit lijkt me dekkend genoeg.

Datzelfde geldt voor de gele codes en namen van “Queenie”. De dames van de neusdecoraties zien er fantastisch uit, zeker “Queenie” in haar witte badpak! Ze is zelfs “gesigneerd” door degene die haar schilderde; Tony Starcer! Kijk maar op het decalvel tussen haar bips en haar linkerhand. “Queenie” was een B-17G-15-BO met de registratie 42-31353, Olive Drab aan de bovenzijde met Neutral Gray onder en had als thuisbasis Bassingbourn. “Queenie” kwam op 25 oktober 1943 vanuit Boeing aan in Cheyenne waar de “cheek guns”, de gesloten zijschutterposities en misschien zelfs de kinkoepel werden gemonteerd. Op 20 december 1943 werd het vliegtuig toegewezen aan het 322nd Bomb(ardment) Squadron, 91st Bomb Group. Op 29 april 1944 werd “Queenie” bij Berlijn geraakt door flak in motor 3 en 4 waarop brand uitbrak en het vliegtuig neerstortte. Vijf bemanningsleden kwamen daarbij om het leven, de andere vijf werden gevangengenomen. Voor degenen die zich afvragen of “Queenie” met het rode kielvlak, stabilo’s en vleugeltips heeft rondgevlogen waar de 91st BG om bekend stond: Nee, die kleuren werden pas in juli 1944 ingevoerd. Nog even wat aardige details: het lijkt er erg sterk op dat “Queenie” niet uitgerust was met de Norden bommenrichter. Ook hoef je je bij “Queenie” niet druk te maken over de ritsen in de kinkoepel…

De tweede decal-optie is de blank metalen B-17G-40-VE, 42-98008, “American Beauty” die vanuit Sudbury vloog. De kist werd op 30 april 1944 afgeleverd en kwam op 7 juli 1944 aan op Sudbury om dienst te doen bij het 834th BS van de 486th BG. Volgens de website  b17flyingfortress.de  [externe link] maakte ze deel uit van de Pathfinder Force. Normaal gesproken werd bij die B-17’s de buikkoepel verwijderd en daar een H2S-radar in geplaatst. Gelukkig is er een foto van “American Beauty” in de lucht - en mèt buikkoepel. Ik vermoed dat dat in het begin van haar “tour” is; op de neus zijn geen “Mission markings” zichtbaar, die later wel degelijk werden aangebracht. De decals komen overeen met de vliegende foto: er zijn geen “mission markings” bijgevoegd. “American Beauty” heeft tot 7 juli 1945 bij het 834th BS dienst gedaan en is daarna retour naar de USA gegaan. Op 23 november 1945 is ze voor schroot verkocht.

Conclusie.

Je hebt best wel wat kritiekpunten van mij over deze bouwdoos kunnen lezen. Toch ben ik wèl enthousiast over het model! Het zit vol met mooie details en prachtige stukjes spuitgietwerk. Aan de andere kant kom je dingen tegen die verbijsteren zoals de missende montagepunten voor de neusmitrailleurs, de keukenstoelen in het neuscompartiment of de ontbrekende munitiegeleidingsbanden. Wat dat betreft lijkt het wel of het model nog in ontwikkeling was en er gezegd is: “Nu stoppen, anders wordt het maken van de mallen veel te duur!” En eerlijk is eerlijk, het model is ook nu geen koopje. Qua detaillering en afwerking is de B-17G van HK wel stukken beter dan de oudgediende B-17G van Revell/Monogram. Dat er een fors prijsverschil tussen de twee modellen zit (de laatste bekende adviesprijs voor het Revell-model aangezien het momenteel niet leverbaar is) is terecht. Maar voor deze prijs had ik eigenlijk de minpunten die ik tegen ben gekomen niet verwacht.

Ik wil HK Models en Cees Broere graag hartelijk bedanken voor het ter beschikking stellen van deze bouwdoos.

Reviewer:  Erik Bosch

Bronnen:

 

In de bijgaande foto galerij zijn de foto's genummerd en wordt er in de tekst vaak naar verwezen:

Noot van de MIP redactie: van de fotobestanden zijn in overleg met de auteur foto’s van originele B-17’s verwijderd vanwege kopierecht; uit de originele tekst zijn evenzo verwijzingen naar die foto’s verwijderd.

Tot slot de tip:  kijk eens op onze IPMS.NL site bij de vele B-17 walk arounds met honderden echte B-17 foto's inclusief interieur!

 

deze eerste indruk werd op de IPMS.NL website gepubliceerd 15 januari 2021