2729

wingnut-rumpler-2

MERK: Wingnut Wings

SCHAAL: 1/32

TYPE: Rumpler C.IV (late)

Doosnummer 32037 • Spuitgiet • 259 onderdelen • circa $ 89,- (ongeveer € 90,- incl. eventuele douanekosten)

De Rumpler C.IV verscheen voor het eerst boven het westelijk front in februari 1917. Het bleek meteen een vliegtuig te zijn dat zeer goed voldeed als verkenner, waarnemer en lichte bommenwerper. De Rumpler was voor zijn tijd een zeer fraai gelijnd toestel met een gestroomlijnd voorkomen en imponeerde door zijn hoge snelheid, grote vliegbereik en enorm maximum plafond voor zijn tijd. Hierdoor kon de C.IV diep penetreren in vijandelijk gebied zonder te worden onderschept. Dat plafond was dermate hoog dat vrijwel geen enkele vijandelijke jager in de buurt van deze Rumpler C.IV kon komen. Eén van de weinige uitzonderingen was de Engelse aas McCudden, die zijn S.E.5a zodanig had geprepareerd dat deze dezelfde hoogte kon halen. Als je zijn boek leest wordt duidelijk dat hij er een hobby van maakte om juist deze Rumplers neer te schieten. De eerste C.IV’s waren voorzien van een spinner maar al snel bleek dat het weglaten daarvan tot veel betere vliegprestaties leidde. Wingnut Wings levert overigens ook een versie met spinner: de C.IV Early. 

De kit

Het eerste dat mij opviel is de grote afmeting van de doos in vergelijking met de vorige dozen van WNW, op de enorme Gotha G.IV na. Dit komt niet alleen omdat het een groot vliegtuig is maar vooral ook vanwege de vele, vele extra’s bij deze doos. Maar liefst drie extra fotoverkenningscamera’s, twee soorten ladders, een schraag, een doos om een postduif in te doen, een EHBO-tas en bovenal een door de Duitsers veelgebruikte mascotte in die tijd: een teddybeer. Al met al bevat de doos 259 onderdelen plus een paar grote lappen met decals voor maar liefst 5 uitvoeringen, plus op maat gemaakte lozenge! Die lozenge-decals zijn voor één uitvoering, de andere vier uitvoeringen hebben een mauve/ bruin camouflagepatroon. Dit is er oorspronkelijk zeer duidelijk op gespoten en je zou dit patroon absoluut met een airbrush aan moeten brengen voor een overtuigend effect. Aangezien ik niet werk met een airbrush was de keuze voor de lozenge versie dan ook snel gemaakt. De binnenkant Zoals eerder vermeld kun je 5 versies bouwen. Het is nagenoeg onvermijdelijk dat je een keuze maakt voor een bepaalde versie voordat je ook maar één onderdeel aan elkaar hebt gelijmd. Vanaf het allereerste begin moet je keuzes maken uit verschillende onderdelen voor een specifieke versie.

De bouw begint uiteraard met het interieur. Dat is al bijna een bouwdoos op zich vanwege het grote aantal onderdelen. De bouwbeschrijving is bijzonder helder over de plaatsing van de onderdelen en kleuropgaven. Wingnut Wings geeft de keus om nog een extra radio te monteren voor het observatiewerk of de camera. Ik heb voor het laatste gekozen. Stel je hierbij overigens niet een handcamera voor, maar een enorme vierkante huls die wel bijzonder goed gedetailleerd is: er zit zelfs een doorzichtig plastic plaatje tussen de onderdelen dat de lens voor moet stellen. Merkwaardigerwijs wordt het bommenrek en de bommen niet als optioneel aangegeven, terwijl je er vanuit mag gaan dat een Rumpler op fotoverkenning zeker geen bommen bij zich zou dragen. Ieder kilootje was er tenslotte één te veel in zo’n vliegtuig. Ik heb het er allemaal wel in gedaan en dat geeft dus een mooi beeld wat er zoal mee kon worden genomen. Verder heb ik een paar extra dingetjes gedaan, zoals de interne besturingkabels aangebracht en het dashboard voorzien van een aantal schakelaars die overduidelijk aanwezig horen te zijn. In de reservedoos vond ik een paar control horns in foto-ets van een 1/48 Roden Sopwith 1,5 Strutter die goed voldoen. Het gehele interieur is best een ingewikkelde constructie, maar gelukkig past alles perfect en is het geheel met de binnenrompconstructie goed in elkaar te zetten. Bijna jammer om nu verder te gaan, want alleen al dit interieur is al fraai genoeg om tentoongesteld te worden.

Het volgende onderdeel is de motor. Hier is bij dit vliegtuig wel iets bijzonders mee aan de hand, want hij zit behoorlijk scheef in de romp gemonteerd maar dat hoort echt zo. De constructie is ook zo uitgevoerd dat je dit alleen maar goed kunt doen! De reden waarom de motor zo scheef zat was dat anders de luchtinlaat voor de binnenste vleugelstijlen kwam te zitten. Ook de motor is flink uitgebreid, maar alles past wederom perfect in elkaar. Overigens biedt de motor nog wel de mogelijkheid voor het nodige extra detail. Indien je de linkermotorkap weglaat is het toch wel aan te bevelen om de bougiekabels en overige bekabeling aan te brengen. Omdat ik nogal een luie donder ben heb ik in dit geval de linker motorkap aangebracht, maar de rechter wel weggelaten zodat de motor maar ook de Maxim mitrailleur goed zichtbaar zijn. Deze mitrailleur moet volgens de bouwbeschrijving worden aangebracht nadat de rompconstructie al is bevestigd, mijns inziens was het makkelijker geweest indien deze daarvoor al gemonteerd zou worden. Dan is het moment aangebroken dat de romp in elkaar kan. Omdat ik de keuze heb gemaakt voor de versie met lozenges moet zelfs de binnenkant gedeeltelijk daarvan worden voorzien. Die lozenge ziet er aan de binnenkant natuurlijk anders uit en dit heeft Wingnut Wings schitterend weergegeven. Overigens is het wel aardig te vermelden dat ik met het hele interieur net zo lang bezig ben geweest als met de rest van de bouw. Tijdsbesparing Volgende stap is de bevestiging van de vleugels en het staartstuk.

Nadat deze zijn bevestigd is het handig de lozenge decals aan te gaan brengen op deze onderdelen. Wat een verademing dat vanaf de Pfalz D.XII Wingnut Wings over gegaan is tot zogenaamde tailor made lozenge: alle lozenge camouflage inclusief de ribtapes plak je in zeer grote lappen in één keer pasklaar op je model. Dat scheelt echt uren en uren werk. Sterker nog, het gaat sneller dan schilderen! Het enige waarmee rekening moet worden gehouden is dat de bovenste lozenge om de vleugelrand heen gevouwen moet worden. Nu zegt Wingnut Wings dat je geen decalsolutie moet gebruiken. Daarom heb ik de tip van een mede Wingnut Wings-bouwer opgevolgd om een föhn te gebruiken. Daarmee verwarm je de decal zodat hij een stuk flexibeler wordt en zich perfect zet. Dit werkt wonderbaarlijk goed, een echte aanrader! Op dit punt van de bouw heb ik de onderkant van de bovenvleugel eveneens van lozenge voorzien en vervolgens gaatjes geboord om de spandraden door de bovenvleugel heen te kunnen voeren. De lozenge van de bovenvleugel bracht ik pas aan nadat de bovenvleugel bevestigd was, de spandraden waren aangebracht en de gebruikte gaatjes dicht geplamuurd waren.

Nog een opmerking over de decals: voor eventuele foutjes zijn van alle kleuren kleine motiefjes mee gedrukt om reparaties uit kunnen voeren. Handig en zeer attent! De vleugelstijlen had ik eigenlijk iets te vroeg aangebracht. nadat ze verlijmd waren moest er nog één en ander worden gedaan voordat de bovenvleugel er op kon. Deze stijlen zijn onderaan heel erg dun, dus tijdens de volgende werkzaamheden als verfwerk en het aanbrengen van wat kleine onderdeeltjes rondom de cockpit stootte ik deze kwetsbare onderdelen een paar keer aan waardoor ze verbogen. Om verdere schade te voorkomen heb ik toch iets eerder dan dat ik van plan was de bovenvleugel gemonteerd, waardoor de gehele constructie een stuk steviger werd. Overigens was deze procedure een makkie: alle stijlen waren perfect uitgelijnd en de bovenvleugel kon ik bijna met mijn ogen dicht monteren. De opvallende radiateur zit aan de voorkant van de bovenvleugel vast, en je hebt de mogelijkheid om hieraan ook nog eens verschillende soorten luikjes te bevestigen, afhankelijk van de versie die je gekozen hebt. Wingnut Wings adviseert om het uiteinde van de grote uitlaat uit te boren. Zoiets heb ik gedaan, maar ik doe dit altijd door mijn hobbymesje rond te draaien op bewuste oppervlakte. Ook heb ik een tweetal leidingen aangebracht van de motor richting het carter. De motorbeplating heb ik aan de rechterkant aangebracht en de pasvorm is hier weer geweldig goed! Het landingsgestel gaf ook geen problemen, maar het is zoals bij iedere WNW-kit zeer goed op schaal en daardoor staat je model wat wiebelig op zijn poten. Voor de propeller gebruik ik altijd een afwijkende techniek om het houteffect te bereiken. Eerst schilder ik de propeller in een zandkleur, daarna breng ik de laagjes aan met een acrylpotlood.

Tenslotte aflakken met Tamiya Clear Orange en deze laag moet in één haal goed aangebracht worden anders lossen je potloodstrepen teveel op. Laatste onderdeel is de parabellummitrailleur voor de waarnemer. De moeite waard om te vermelden is nog dat WNW een soort van plastic malletje mee levert om het foto-ets deel mooi rond te kunnen vormen en dat werkt erg handig. Zowel voor de Maxim aan de voorkant als de parabellum zit er zo’n mal bij. Voor de parabellum geldt dat er een soort van verstevigingsdraad van het magazijn aan de zijkant naar de voorkant loopt. Dat zit niet in de kit, maar het verdient aanbeveling om dat eventjes zelf te maken. Mijn versie had een vrij simpele beugel waaraan de parabellum was opgehangen. Die was relatief lastig te bevestigen vond ik, maar is toch goed op zijn plek terecht gekomen. Conclusie En dan is de Rumpler klaar! Er staat nu een schitterend model op mijn tafel, waar ik al veel kijkgenot van heb gehad. Verder valt op dat je nog een behoorlijke berg plastic over hebt in de doos. Een aantal delen voor een grondbasis, zoals ladders en dergelijke, plus de eerder genoemde camera’s maar bovenal veel onderdelen voor andere versies. Verder kan ik niet anders zeggen dan dat dit model wederom heeft gezorgd voor vele vele uurtjes onbezorgd plastic modelbouwplezier. Zo’n dubbeldekker als dit blijft op zich een uitdaging, maar Wingnut Wings maakt het aangenaam door de uitgebreidheid en perfecte pasvorm. Late versus Early Wingnut Wings heeft aan de IPMS beide versies van de Rumpler C.IV toe gestuurd. Een bouwverslag van allebei zou wat omslachtig zijn.

wingnut-rumpler-1

Paul Thompson heeft de C.IV Early gebouwd en hoewel zijn bevindingen grotendeels gelijk zijn aan de mijne zijn hem toch wat specifieke dingen opgevallen. Op een rijtje: Geen bougies op de motor. Dat is vreemd, want ze zaten wel op de motor van de LVG bouwdoos, dus ik weet dat het mogelijk is om ze te maken. Zelf maken is makkelijk genoeg te doen uit een plastic pijp of staaf, of een stukje gietboom. De steunbalk tussen de motor en het verdeelstuk van de uitlaat is langer dan deze volgens de foto’s moet zijn. Daar kwam ik te laat achter. Tijdens het samenvoegen van de bovenste vleugelpanelen heb ik teveel lijm gebruikt. Als er lijm door de opening wordt geperst is het later moeilijk op te ruimen. Wees vooral voorzichtiger dan ik was bij het definitief op hun plaats duwen van de panelen. Er is geen zichtbare scheidingslijn op de plek van het grote bevestigingspunt van de ene vleugel in het gat van de andere vleugel. Als je te veel moet opvullen en schuren in dit gebied dan kan dit leiden tot schade aan de vier meegegoten inspectiepanelen aan de onderkant van de vleugel. Het bijgevoegde malletje voor de koelmantels van de machinegeweren is een uitstekend idee. Ze zijn precies het juiste formaat en werken erg goed. Tenzij je de kap over de Maxim wilt weglaten zou ik het foto-ets onderdeel dat om de bevestiging hoort weglaten. Dit is zo ongeveer het enige onderdeel uit de doos dat onhandig is om aan te brengen en de kap verbergt het uiteindelijk volledig.

De voor- en achterkanten van de spinner laten een nogal zichtbare naad achter als ze zijn samengevoegd. Die hoort er volgens mij niet te zijn, maar het wegschuren ervan zonder de van tevoren geprepareerde propellerbladen te beschadigen is lastig. Ik heb de WNW aanbevelingen opgevolgd en gebruikte Tamiyakleuren voor het bovenste camouflagepatroon, gemaskeerd met behulp van slierten Blue-Tac en Tamiya tape. Het diepere blauw is gemaakt van Humbrol met behulp van de opgegeven mengverhoudingen. De kleuren in het interieur zijn van Citadel, alleen de CDL is van Humbrol. De afwerking van de motor en wapens is gedaan met verschillende kleuren van Citadel en Testors Metalizers, allemaal met verfkwast aangebracht. De bougiedraad is van stretched sprue en de bedrading is van EZ-line.

Het uiteindelijke model is groot en zwaar en de ondersteuningsbalken worden op schaal gefabriceerd dus het geheel wiebelt op alarmerende wijze. Daarom raad ik met klem af om draad of sprue voor de bedrading ervan te gebruiken.

Verder een perfecte bouwdoos en zichtbaar zeer verschillend van de andere versie.

REVIEWERS : Nico Teunissen en Paul Thompson

juni 2012


Op deze IPMS Nederland website staat maar een beperkt deel van onze recensies. In het clubblad MIP staan alle recensies! Wordt dus vooral IPMS lid om ons mooie blad te ontvangen!