tip-36De kleine details als antennes dragen aanzienlijk bij tot de natuurgetrouwheid van een model. Te denken valt aan:

  • (spriet)antennes bij auto's, voertuigen, schepen; draadantennes bij vliegtuigen.
  • pitotbuizen en andere kleine sensoren bij moderne vliegtuigen
  • relingen bij schepen [3.16.5].

Bijgeleverde antennes moeten veelal vervangen worden omdat ze te dik zijn of onjuist van vorm. Bijschuren wil soms wat helpen. Om kwijtraken te voorkomen kunnen antennes haaks op het randje van een stuk afplakband geplakt worden. Noteer op de band welke antenne het is. Kijk goed naar foto's: er zitten een groot aantal antennes op het origineel. Bovendien kan de plaatsing van antennes nogal verschillen. Breng ze pas aan als het model bijna af is.

 3.6.1 Boogantennes

Boogantennes, DF-loops en dergelijke zijn te maken door ijzerdraad om een rond voorwerp (punttangetje of balpen) te buigen. Buig eerst een haaks stukje voor het voetje. Dergelijke antennes zijn goed te maken een draadje van een afwasborstel! Dit is minder breekbaar. Ook gitaarsnaar is bruikbaar.

 3.6.2 Pitotbuizen

Pitotbuizen kunnen het beste van stompgevijlde naalden gemaakt worden. Pitotbuizen op neuskegels: als de kegel uit twee helften bestaat kan een groefje in elke helft worden gezaagd. Bestaat de neuskegel uit een stuk, dan een gaatje boren. Dit gaat vaak makkelijker en nauwkeuriger door het uiterste topje van de neuskegel af te snijden en het boortje met de hand rond te draaien. Lijm de speld met superlijm in de neuskegel. Laten drogen met speld naar beneden, zodat de superlijm een vloeiende overgang vormt tussen pitotbuis en neuskegel.pitottube

 3.6.3 Platte antennes

Diverse platte antennes kunnen uit zeer dun plasticcard of zelfs uit papier gemaakt worden.

 3.6.4 Kleine uitsteeksels

Kleine antennes (probes..) kunnen worden gemaakt uit dun ijzerdraad, of van nietjes uit tijdschriften. Buig en vijl het uiteinde van de draad in de gewenste vorm (platknijpen met tang of plat slaan met hamer om een plat breed stukje te maken). Boor een gaatje in het model, knip de probe ruim van de draad en lijm het stukje draad aan het uiteinde van de probe in het gaatje met wat superlijm. IJzerdraad altijd schilderen of vernissen tegen roest. Sensorvaantjes (1/32) zijn te maken van een stukje oude tandpastatube of blik.

 3.6.5 Draadantennes

De meeste korte draadantennes zijn van dunne stretched sprue te maken, maar beter is dun nylon visgaren (verkrijgbaar in de hengelsport winkel). Er zijn verschillende diktes te koop, experimenteer wat afhankelijk van de schaal van het model. Zie hieronder voor diverse draadkeuzes

Gewoon garen is af te raden, behalve voor scheepstuigage en ander touwwerk. In de antennedraden van oudere vlieg- en voertuigen zitten vaak isolatoren, deze zijn na te maken met een druppeltje houtlijm. Dunne sprue laat zich lijmen met houtlijm, superlijm en met geduld ook wel met gewone modelbouwlijm. Om een al bevestigde dunne draad strak te krijgen kan geprobeerd worden deze te verwarmen met een brandende sigaret of nog beter een warme gloeilamp.
antenne

 3.6.6 Draden, kabels en spandraden

Het aanbrengen van de spandraden is altijd een behoorlijke "uitdaging" om het maar eens te zeggen. Sommige draden zijn zelfs dubbel parallel uitgevoerd of stalen kabels hebben de vorm van een profiel. Langere draden moeten sterk zijn en tegen een stootje een stootje kunnen.
spandraad
De vleugels van tweedekkers zijn vaak verstijfd met spandraden.
vislijn
 Voor de (span-)draden zelf kan men gebruik maken van:

  • heel dun vislijn van bijvoorbeeld 0,2 mm dikte. (bruikbaar techniek I); sterk en doorzichtig wat een beter schaaleffekt geeft door niet te schilderen bij kleine schalen.
  • flexibele draad (lastig te krijgen van EZ Line , stretch)  (bruikbaar techniek II)
  • "stretched sprue", maar dit is erg kwetsbaar (bruikbaar techniek II)
  • dun stalen pianodraad, maar alleen voor de grotere schalen. (bruikbaar techniek II)
  • voor profiel draad (flying wire) kan men gebruik maken van speciale setjes van RB productions (techniek II), zoals hier te zien:

rb-wires

                              RB metal draad

Op veel oude tweedekkers zitten verschillende typen spandraden zoals diverse diktes, platte flying wires e.d. Soms is het niet doen de verschillende draden allemaal apart aan te brengen. Een truuk is dan bijvoorbeeld de dikke draden te accentueren door deze na aanbrengen een kleurtje te geven en de dunnen draden zo te latren. Dit geeft al een variatie. 

  • gitaarsnaar, te koop bij de muziek winkel (bruikbaar techniek III)

3.6.7 Aanbrengen Spandraden 

Er zijn een aantal verschillende "technieken". Welke men gebruikt hangt sterk af van de persoonlijke voorkeur.

tip-366Techniek I

Hier gaan we de spandraad echt spannen tussen bevestigingspunten en rijgen in een aantal stukken, net als in het echt. Voordeel van deze techniek is dat draden monteren eenvoudig gaat en strak aangespannen kunnen worden. Nadeel is dat het nodig is gaatjes te boren en vervolgens het vullen van gaten. Daarna kan pas bijvoorbeeld "lozenge" patroon decals aangebracht kunnen worden.

  • spuit eerst alle delen in de juiste basiskleuren; dus bij LVA kisten de onderzijden van de vleugels bijvoorbeeld LVA blauw en bovenzijden khaki (afhankelijk van tweedekker schema); dit om ervoor te zorgen dat het later spuiten, dat zeer lastig is, zoveel mogelijk wordt beperkt;
  • bekijk waar de bevestigingspunten zitten;

spandraad8

  • boor hier gaatjes door de hele dikte van het onderdeel zoals de vleugels; gebruik een heel dun boortje; sommige vliegtuigen hebben dubbele spandraden! dus dan 2 gaatjes naast elkaar boren;
  • monteer het model en de vleugels inclusief vleugelstijlen;
  • ga daarna de visdraad rijgen, begin van binnen uit en werk naar buiten toe en van boven naar schuin beneden. Daar weer vastlijmen en onder het gewicht van en knijpertje laten drogen.
  • Nadat alle draden waren aangebracht werden alle te lange uiteinden afgesneden met een heel erg scherp chirurgisch mesje.
  • Vervolgens aan de kanten waar de draden niet verder lopen, de gaatjes dichtplamuren
  • eventuele kleuren bijspuiten en "lozenge patronen" decals aanbrengen.

spandraad10

spandraad9

Techniek II

Hierbij ook weer de spandraden aangebrengen als de vleugels al gelijmd zijn. Voordeel van deze techniek is dat gaten boren niet nodig is en dat camouflage schema's en lozenge patronen al aangebracht kunnen worden, maar het is wel moeilijker de draden strak te monteren.
Het aanbrengen gaat als volgt:

  • spuit eerst alle delen in de juiste basiskleuren; dus de onderzijden van de vleugels bijvoorbeeld LVA blauw en bovenzijden khaki (afhankelijk van tweedekker schema); dit om ervoor te zorgen dat het later spuiten, dat zeer lastig is, zoveel mogelijk wordt beperkt.
  • bepaal de benodigde lengte tussen de hoekpunten met een passer.
  • neem een stuk visdraad 1 cm langer dan de opgenomen lengte.
  • bevestig een uiteinde met superlijm in het hoekpunt.
  • neem een tandestoker en doop de tip ervan in water.
  • houd vlak voor het andere uiteinde de draad met een pincet vast en trek het strak.
  • breng nu in het andere hoekpunt met de natte tandestoker een druppeltje superlijm aan en druk de draad vast. Door het vocht zal de lijm niet hechten aan de tandestoker zelf.
  • houd de zaak enige tijd vast, en ondersteun daarbij de handen.
  • na afloop de draad afsnijden met een zeer scherp nieuw mesje.
  • breng bij meerdere draden deze aan tijdens de droogtijd.
  • tenslotte alle hoekpunten en uiteinden nog een druppeltje superlijm na geven.

Model verder afwerken.

spandraad4
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

"Leuke" dubbele spandraden op een Engelse SE-5a. Aan de uiteinden zitten ook metalen brackets van Eduard. Dit geeft een aardig effect.

Techniek III

Het gebruik van gitaarsnaar direct op goede lengte kan op de grotere schalen, vooral als er niet erg veel draden zijn.

 

  • spuit eerst alle delen in de juiste basiskleuren; dus de onderzijden van de vleugels bijvoorbeeld LVA blauw en bovenzijden khaki (afhankelijk van tweedekker schema); dit om ervoor te zorgen dat het later spuiten, dat zeer lastig is, zoveel mogelijk wordt beperkt.
  • bepaal de benodigde lengte tussen de hoekpunten met een passer. Doe dit heel precies en knip op lengte. 
  • vastlijmen met superlijm met een tandestoker aangebracht.